blog

taalregels

De officiële spelling van de Nederlandse taal is vastgelegd door de Nederlandse Taalunie. In papiervorm is de officiële spelling verkrijgbaar als ‘het Groene Boekje’. Op internet is de hele woordenlijst kosteloos te bekijken via: www.woordenlijst.org.


Het gaat hierbij uitsluitend om de geschreven spelling van woorden. In het Groene Boekje staat geen uitleg over de betekenis van woorden en er staan ook geen uitspraak-aanwijzingen in. Wél geeft het Groene Boekje alle vervoegingen van werkwoorden weer. Dus onder willen kun je zien dat het ‘hij wil’ is en niet ‘hij wilt’.


Bij de overheid en in het onderwijs is iedereen verplicht om de spelling van het Groene Boekje te volgen. Daarbuiten is iedereen vrij om de woorden te schrijven zoals hij wil.


Wie zich niet houdt aan de spelling van het Groene Boekje is geen misdadiger. Als je een woord stelselmatig anders spelt dan door de Taalunie wordt voorgeschreven, krijg je geen boete of straf.

Als jij graag kado wilt schrijven in plaats van cadeau dan mag dat, ook al staat kado niet in het Groene Boekje.

Maar dat kan door taalkenners wel beschouwd worden als onjuist, en ze zouden kunnen denken dat jij niet weet hoe het hoort, of dat je met opzet recalcitrant wilt zijn. Daarom zul je in een officieel document van de belastingdienst niet snel de spelling kado zien staan. De belastingdienst is een overheidsorganisatie en daardoor verplicht om de spelling van het Groene Boekje te volgen.


De Taalunie bepaalt dus wat goed en fout is, en kan ook wijzigingen doorvoeren. De veelbesproken omzetting van pannekoek naar pannenkoek (met extra tussen-n) in 1995, was een besluit van de Taalunie. Dit had tot gevolg dat alle pannekoekenrestaurants van Nederland de namen op hun gevels, hun menu’s, hun visitekaartjes en hun advertenties moesten aanpassen. Voor voice-overs had het geen effect. De toegevoegde tussen-n wordt niet uitgesproken.


Als er al iemand aangewezen kan worden als ‘taalpolitie’ dan is dat dus de Taalunie. Het Groene Boekje kan beschouwd worden als het ‘wetboek’ van de Nederlandse taal, maar je hoeft je daar alleen aan te houden als je bij de overheid of in het onderwijs werkt (of studeert).


Ook goed om te weten: het Groene Boekje gaat alleen over afzonderlijke woorden. Niet over de grammatica van een hele zin. Voor het Groene Boekje is er niets mis met: “Hij heeft mei zijn boek gegeven.” Er wordt mij bedoeld, maar mei is ook een bestaand en correct gespeld woord. Om dit soort taalfouten op te sporen, heb je niets aan het Groene Boekje.


Als je de betekenis van een woord wilt opzoeken, kan dat niet in het Groene Boekje. Daarvoor heb je een woordenboek nodig, zoals De Dikke Van Dale, of Koenen, of Prisma woordenboek.

Een woordenboek is geen wetboek. Een woordenboek geeft weer hoe de stand van taalzaken is. Bij elke nieuwe druk van een woordenboek worden woorden aangepast, toegevoegd en verwijderd. Taal leeft, en woordenboeken bewegen mee. Woordenboeken maken de taal niet, maar woordenboeken volgen de taal.


Bij het woord hun geeft Van Dale aan dat dit gebruikt wordt als onderwerp van de derde persoon meervoud, maar voegt daaraan toe dat het ‘informeel’ is en ‘niet algemeen geaccepteerd’. Met andere woorden: Van Dale erkent dat ‘Hun hebben een mooi huis’ voorkomt in het Nederlands, maar zegt er wel meteen bij dat het niet door iedereen als juist wordt beschouwd. Aan jou om te bepalen wat je daarmee doet. Van Dale zegt dus specifiek niet dat je ‘Hun hebben…’ niet zou mogen zeggen.


Voor een voice-over is het Van Dale woordenboek erg nuttig omdat er bij vrijwel elk woord aangegeven wordt hoe dat woord door de meesten wordt uitgesproken. Maar ook hier geeft Van Dale soms meerdere mogelijkheden. Bij budget, dementie en hygiëne staan twee of zelfs drie uitspraakmogelijkheden vermeld. Je kunt hier het woordenboek dus niet gebruiken als politieagent of rechter die jou voorschrijft wat je moet doen. Het is aan jou om te kiezen.

Je zou dan een ander woordenboek kunnen raadplegen. Prisma woordenboek geeft bij elk van deze drie woorden (budget, dementie en hygiëne) maar 1 uitspraakmogelijkheid. Dus als je niet graag zelf een keuze maakt, kun je in dit geval Prisma volgen.


Een andere mogelijkheid is om de taaladviesdienst van Onze Taal te raadplegen. Het Genootschap Onze Taal is een vereniging van taalliefhebbers die aandacht besteedt aan alle aspecten van de Nederlandse taal. De taaladviesdienst kun je benaderen via telefoon en e-mail, maar je kunt ook op de website van Onze Taal zoeken in veel gestelde vragen over taal. Kwesties als ‘te allen tijde’ en ‘zowiezo/sowieso/sobiezo worden op de website uitgelegd.


Onze Taal houdt zich vooral bezig met geschreven taal, maar geeft ook adviezen over uitspraak van woorden. En net als de woordenboeken gedraagt Onze Taal zich niet als politieagent, maar brengt in kaart wat de status van een bepaald woord is.


Wat betreft hun hebben…is Onze Taal overigens minder mild dan Van Dale. Het is een “flinke fout” vindt Onze Taal. Maar ze geven er wel toelichting bij en plaatsen de taalontwikkeling in een bredere context.


We hanteren niet echt meer een naamvallensysteem in Nederland. En bij de tweede persoon enkelvoud is de versimpeling al volledig geaccepteerd. Jij, jou en jouw is in de dagelijkse taal allemaal vervangen door je

Je bent te laat.’

‘Ik heb je gezien.’

‘Hier is je boek.’


Het rukt steeds meer op om dat laatste ook bij ‘mijn’ te doen, en het dus te hebben over ‘me jas’ en ‘me moeder’. Maar dat wordt nog lang niet door iedereen geaccepteerd. De tussenvorm m’n vinden velen dan weer wel akkoord.


Bij de beleefde vorm van de tweede persoon is de vereenvoudiging wel doorgevoerd en door iedereen geaccepteerd. De vorm gij als onderwerp is vervangen door u’. En daarmee isu zowel onderwerp, meewerkend voorwerp als lijdend voorwerp.

U bent te laat.’

‘Ik heb het u gegeven.’

‘Ik heb u gezien’

‘Hier is uw boek’ (bij bezittelijk voornaamwoord dus wel de w erachter.)


Of hun hebben…in de toekomst door iedereen geaccepteerd en gebruikt gaat worden, valt nu nog niet te zeggen. Ik verwacht van wel. Als steeds meer mensen het fout gaan doen, zal fout uiteindelijk goed zijn.


Er zijn een paar woorden die bij de uitspraak ervan zo’n ontwikkeling van fout naar goed hebben doorgemaakt.


Accessoire werd ooit uitgesproken als aksèswaaruh. Maar iemand begon de dubbele c als ss uit te spreken, en steeds meer mensen gingen dat nadoen. Een onbegrijpelijke ontwikkeling omdat dit alleen in Nederland zo wordt gedaan. Niet in het Nederlands sprekende deel van België, niet in het Frans, niet in het Engels en niet in het Duits. Weinig consequent dat Nederlanders bij acceleratie, accent en accepteren de cc wel als ks uitspreken.


Intrige wordt in Nederland tegenwoordig uitgesproken als intriezje. Met de g als de g van horloge. Terwijl de Fransen de g van intrigue uitspreken als de g van guerrilla.

De Belgen spreken de g van intrige uit zoals in intrigeren en intrigerend, wat naar mijn idee ook het meest logisch is.


Mijn vermoeden is dat dit komt doordat de meeste Nederlanders niet zo goed zijn in Frans, maar dat ze woorden met een Franse oorsprong wel een Franse klank willen geven. Zo gaan ze entrecote laten rijmen op chateau en beau. Terwijl alle Fransen de laatste t van entrecote echt wel uitspreken.


Vroeger, toen de meeste Nederlanders nog niet zo goed waren in Engels, werden veel Engelse woorden ook verkeerd uitgesproken. Denk aan: swieter voor sweater, stiek voor steak, sjips voor chips en kornètbief voor corned beef. En misschien wel de mooiste: het automerk Sunbeam werd vroeger door alle Nederlanders om mij heen sun-béé-jam genoemd.


Het zijn allemaal kwesties waar een voice-over zich bewust van moet zijn. Het is per opdracht een keuze voor ofwel oorspronkelijk, ofwel meest-gebruikt, ofwel officieel voorgeschreven ofwel het best passend bij een tijdsbeeld of doelgroep.


Ik vind dat het bij het werk van een voice-over hoort om te weten hoe woorden uitgesproken moeten worden, en welke variaties in uitspraak er zijn. De voice-over moet tijdens een opname keer op keer keuzes maken uit verschillende mogelijkheden. En hoe graag we ook zouden willen dat er 1 oppertaalgod zou zijn die precies voorschrijft hoe het moet, is de uitvoerder in praktijk aangewezen op zijn eigen visie en inschatting. Het kan per opdracht, en zelfs per zin verschillen wat de juiste keuze is.


De definitieve beslissing over een bepaalde uitspraak is aan de opdrachtgever. Als de opdrachtgever bij de opname aanwezig is, kan hij acuut ingrijpen als een woord niet volgens zijn voorkeur wordt uitgesproken. Maar een voice-over die in zijn eentje opneemt, zal er zelf een mening over moeten hebben. Een mening die is gebaseerd op woordenboeken, taalfora, etymologie, andere talen én hoe het dagelijks gezegd wordt op straat, op tv en in huiselijke kring. Het is vanuit een thuisstudio ondoenlijk om bij elk woord eerst met de klant te overleggen welke uitspraak gewenst is.


Voor de voice-over is taalbeheersing minstens zo belangrijk als stembeheersing. Het is een van de onderdelen waarin een goede voice-over kan uitblinken. Ten opzichte van andere voice-overs maar zeker ook ten opzichte van computer-stemmen (TTS).


Taalunie - Het Groene Boekje: de officiële spelling zoals die door de overheid is bepaald voor Nederland, Vlaanderen en Suriname. Geeft alleen de juiste schrijfwijze van woorden weer, dus niet de betekenis en niet de uitspraak.


Van Dale / Koenen / Prisma: woordenboeken met een alfabetische opsomming van de meest voorkomende woorden in het Nederlands, inclusief hun betekenis en uitspraak.


Genootschap Onze Taal: een vereniging van taalliefhebbers die zich in brede zin bezighoudt met de Nederlandse taal via publicaties (tijdschrift, boeken, scheurkalender, website), congressen en een taaladviesdienst.

In reactie op het Groene Boekje bracht Onze Taal ooit (in 2005) het Witte Boekje uit (officiële titel: Spellingwijzer Onze Taal).

Onze Taal was het met veel taalherzieningen en -aanpassingen (van het Groene Boekje) niet eens en bracht een eigen versie uit van de woordenlijst. Zo is er een tijd sprake geweest van een groene spelling en een witte spelling. De witte spelling bood meer vrijheid en eigen inzicht en leunde iets meer op wat iedereen gewend was. De laatste jaren hoor je nauwelijks nog mensen praten over de witte spelling. De groene spelling heeft gewonnen.

copyright: willem van den top • 2005