blog

de t’s van topvoice

Wie mij aan het werk ziet achter een microfoon kan denken dat ik gewoon een beetje zit voor te lezen. Maar ik ben tegelijkertijd met veel verschillende vaardigheden bezig. Het is een vak, zeggen we dan. Wil je dat vak ook leren? Of vind je het gewoon interessant om er meer over te weten? Bekijk dan de t’s van Topvoice:


tekstbegrip

Voice-overen begint niet met je mond maar met je ogen. Eerst moet je lezen en pas dan spreek je uit wat je leest. Om het nog iets preciezer te zeggen: je spreekt uit wat je lás. Je ogen lopen voor op je mond en gaan als een razende, kriskras over de tekst heen. En terwijl mijn mond uitspreekt wat mijn ogen net gelezen hebben, zijn m’n ogen bezig de volgende zinnen te scannen.

Zoals een fietser niet naar de grond kijkt waar zijn voorwiel zich bevindt, maar zijn ogen heeft gericht op daar waar hij straks zal zijn, zodat hij weet wat er komen gaat en zich daarop kan voorbereiden. Zo lees en spreek ik als voice-over.


Het is meteen te merken als een voice-over deze techniek niet goed beheerst. Zo’n stem wordt keer op keer verrast door zinswendingen en komt dan niet uit met de timing of intonatie. Zeker bij zinnen die zo lang zijn dat ze zeven regels in beslag nemen, met vier komma’s en drie opsommingen erin. Dan moet de opname van die hele zin over. Op zich geen ramp als je in je eentje in de thuisstudio zit, maar niet erg comfortabel als je in een andere studio bent waar vijf andere mensen bij aanwezig zijn. En het is hoe dan ook niet fijn voor de continuïteit van het verhaal. Als je jezelf steeds moet onderbreken, bestaat je ‘verhaal’ uiteindelijk uit losse zinnen die stuk voor stuk na drie keer overdoen pas goed waren.


taalvaardigheid

Vervolgens is het belangrijk om ook de moeilijke woorden foutloos uit te spreken. Meteen de eerste keer graag en niet pas na zeven keer. Woorden als aluminium, minutieus en defibrilleren spreekt een goede voice-over zonder haperingen de eerste keer goed uit. En een beetje voice-over zegt ook de volgende woorden meteen de eerste keer goed: extramuralisering, idiosyncratisch en somnambulisme. Bij sternocleidomastoideus mag je vooraf aantekeningen maken voor de uitspraak, maar een stem die regelmatig medische teksten doet, zal ook dit woord de eerste keer goed uitspreken.


Taalvaardigheid is ook nodig om snel te kunnen spreken. Want als je niet snel en goed kunt lezen, kun je de gelezen woorden ook niet snel uitspreken.

Het eigenlijke (snelle) spreken doe je natuurlijk met je mond (tanden, tong, lippen, huig, stembanden, longen). We zouden dat ‘mondvaardig’ kunnen noemen.

Hier wat zinnetjes om je mondvaardigheid mee te oefenen:

“De koetsier poetst de postkoets met roestvaststalen postkoetspoets.”

“Ik mix mijn whisky met mijn whiskymixer.”

Eerst langzaam, dan snel.


transparantie

Wat vroeger ABN heette (algemeen beschaafd Nederlands) wordt tegenwoordig Algemeen Nederlands, of Standaardnederlands genoemd. Dat het niet meer ‘beschaafd’ hoeft te zijn, wil nog niet zeggen dat je zomaar met elk willekeurig accent of dialect een geschikte allround voice-over bent. Het komt weleens voor dat om typisch Amsterdams, karakteristiek Achterhoeks of authentiek Brabants wordt gevraagd, maar het overgrote deel van de voice-over-opdrachten wordt gedaan zonder opvallend accent of dialect. Bij voorkeur is niet herkenbaar uit welke plaats en provincie de voice-over komt.

Het is minder strikt en streng dan twintig jaar geleden, maar met het accent van Bennie Jolink kom je eigenlijk alleen weg als je Bennie Jolink zelf bent. Inclusief zijn hele staat van dienst.


Niets aan de voordracht van een voice-over mag de aandacht afleiden. Niet een accent of dialect, maar ook geen ‘spraakgebrek’. Wie slist, de ’t’ niet goed kan uitspreken of bij wie de ‘ei’ en ‘ij’ alleen maar als ‘aai’ klinken, doet er verstandig aan eerst naar een logopedist te gaan en daarna pas voice-over te worden.


En ik schreef al vaker dat een mooie stem niet het belangrijkst is, maar je moet natuurlijk ook geen lelijke stem hebben.

Niet iedereen vindt hetzelfde lelijk, maar als er iets in je uitspraak of in de klank van je stem zit dat de aandacht afleidt, dan maakt dat je minder geschikt als allround voice-over. Het kan zeker gebeuren dat je dan gecast zult worden op dat aparte geluid, maar dat is een smalle basis voor fulltime werk op lange termijn.

‘Lelijk’ bij een stem kan zijn: te krakerig (doorrookt), te veel lucht (hijgerig), te gespannen, te hoog, te laag, te schel, te donker.


tempo

Een gemiddeld spreektempo voor een voice-over zit op zo’n 120 tot 150 woorden per minuut. Dat is 2 woorden per seconde. Of net iets meer. Een ervaren voice-over weet hoe snel hij moet spreken om 30 woorden in 15 seconden te krijgen. En hoe snel hij moet spreken om diezelfde 30 woorden in 10 seconden te krijgen. En dat is belangrijk, want dit wordt vaak gevraagd. Met name bij commercials, die doorgaans een veelvoud van 5 seconden als lengte hebben. Dus geen 7 of 9 seconden, maar 5 of 10 seconden. Aan de voice-over om een bepaald aantal woorden zo uit te spreken dat het mooi in de gestelde tijd past en dat het verhaal goed en duidelijk overkomt.

En vergis je niet, 30 woorden in 10 seconden is veel. Daar moet je echt snel voor spreken. Dat kun je niet zomaar. Daar moet je op oefenen. Met de stopwatch in de hand, of jezelf opnemen en dan in je audio-software bekijken hoe lang de opname is.


timing

Een mens is geen machine. Spelen met snelheid, met pauzes en met ademhalingen maakt een verhaal aantrekkelijk om naar te luisteren. De luisteraar een beetje ‘plagen’ en uitdagen. Hem niet elke keer precies geven wat hij verwacht, zodat hij blijft opletten.

Timing is ook van belang als er muziek is waarop moet worden ingesproken. Er zal niet snel van een voice-over worden gevraagd om op de beat te spreken zoals een rapper doet, maar het is wel de bedoeling dat de timing, het gevoel en de ‘flow’ van de spraak klopt met de muziek.


tijdcode

Het begrip timing wordt extra belangrijk als er synchroon op beeld ingesproken moet worden. Precies op het juiste moment beginnen met het uitspreken van een zin volgens de tijdcode die in het script en op het beeldscherm (video) staat. Soms staat in het script ook aangegeven op welke tijdcode de zin klaar moet zijn. Het is dan continu met de ogen heen en weer gaan van script naar videoscherm en weer terug. En als het even kan met de intonatie ook nog reageren en meebewegen op gebeurtenissen in beeld.


toon

Op welke toonhoogte begin ik mijn verhaal? Op mijn comfortabele normale basistoon die ik tijdens normaal spreken ook gebruik? Of begin ik juist wat lager of hoger? Blijf ik op die hoogte tijdens het verhaal, of ga ik variëren met toonhoogtes? Ik heb het nu niet over accenten en klemtonen, maar puur over de grondtoon die ik als basis hanteer. Zoals ik in het dagelijkse leven wat hoger in mijn stem ga zitten als ik met kleine kinderen spreek, en wat lager als ik een geheim of persoonlijk verhaal vertel.

Laat ik mijn gezicht glimlachen zodat dat hoorbaar is in mijn stem? Of voegt een glimlach niets toe aan het geluid en wordt de klank er juist ongeloofwaardig van? Ga ik op het eind van de zin naar beneden met mijn toon, of zal ik voor de afwisseling een keer omhoog gaan, ook al is de zin geen vraag?


Een gesproken zin zou je in noten op een muziekbalk kunnen uittekenen. Vanaf de grondtoon wordt omhoog en soms ook omlaag gegaan per woord. Tussendoor en op het eind wordt de grondtoon weer aangeraakt. Voice-overen is niet gelijk aan muziek maken, maar toch heb ik het vaak wel over de ‘melodie’ van een zin. En ik probeer om niet elke zin dezelfde melodie te geven. Het mag niet voorspelbaar worden want dan verslapt de aandacht, maar het mag ook niet te afwijkend en gezocht worden, want dan klinkt het niet oprecht.

En behalve de toonhoogte ben ik ook bezig met de klank van de toon die ik maak. Houd ik het rond en dolce zodat het naadloos mengt met muziek en ander geluid, of maak ik het scherper - met twang - zodat de verstaanbaarheid verbetert en de spraak ook bij een slechte mix (te harde muziek) goed verstaanbaar blijft?

Allemaal facetten waar ik steeds mee bezig ben en over nadenk als ik aan het inspreken/opnemen ben.


typering

Wat een voice-over goed moet begrijpen: het gaat niet om jou. Jij spreekt in, in dienst van een boodschap die overgebracht moet worden. Maar dat betekent nou ook weer niet dat je saai, neutraal en altijd hetzelfde moet zijn. ‘Porem’ geven aan een merk of verhaal is onderdeel van je werk. Dat ene onverwachte vleugje stoerheid, een totaal gekke uithaal, een ingetogenheid die niemand zo zou doen… er zijn allerlei manieren om een typering te geven aan een opname. Een karakterisering die eigenheid en herkenbaarheid toevoegt. Op zo’n manier dat het publiek na drie keer luisteren dat stemgeluid verbindt met dat ene frisdrankmerk. Op zo’n manier dat het publiek niet doorheeft dat die stem door dezelfde persoon is gedaan die ook dat typerende stemgeluid is van die ene verzekeraar. Omdat je de boodschap van die verzekeraar een heel andere typering had gegeven.

Lef, eigenheid, originaliteit, schaamteloosheid, creativiteit en de frisheid om manier acht te proberen nadat de eerste zeven pogingen zijn afgekeurd. “Kom maar op en ik zal er iets van maken.” Dat is wat ik bedoel met typering. Niet om jezelf te etaleren maar om de boodschap te laten stralen.

En dat is wezenlijk wat anders dan elk zinnetje door dezelfde melodie-mal halen als 70% van de andere stemmen ook al doet in een reclameblok.


techniek

Het beheersen van de techniek om woorden uit te spreken en klank te maken is één ding. Er is ook nog de techniek in de studio. Geluidstechniek. Voordat je met opnemen begint de keuze voor een microfoon. De keuze voor een opnamekwaliteit (44.1, 48 of 192 kHz, 16 of 24 bit?). Het inregelen van het juiste opname-niveau: niet te hard en niet te zacht voor het soort opname dat je gaat doen, zodat je de optimale signaal/ruis-verhouding hebt met de minste kans op oversturing/vervorming.

En zodra de opname eenmaal loopt: steeds bewust zijn van de afstand tot de microfoon en welke invloed dat heeft op het geluid, en dus op de beleving. Spelen met het proximity-effect en de ‘sweet spot’. De hoofdtelefoon zo hard hebben staan dat je jezelf zoveel mogelijk via de luidsprekers (van de hoofdtelefoon) hoort en je daar op kunt richten. Alert zijn op bijgeluiden die later niet meer te verwijderen of corrigeren zijn. In de gaten houden dat de opname daadwerkelijk loopt.

Als de opname klaar is: schoonknippen, versprekingen verwijderen, maar ook tikjes, klikjes, smakjes en ploppende p’s minimaliseren. Op basis van verder gebruik bepalen of er EQ en compressie nodig is en wat de loudness, true peak en loudness range van de opname in LUFS moet zijn.


tijdschema

Wanneer moet de opname klaar en aangeleverd zijn? Hoeveel uren werk zijn er nodig om het klaar te krijgen? Hoeveel tijd is er nodig voor schoonknippen, afmixen en bestanden maken? Als je dat allemaal weet, kun je een planning maken. Verstandig om er rekening mee te houden dat je tijdens de opname op iets stuit dat niet duidelijk is en waar overleg voor nodig is. En dat dat extra tijd kost.

Ook iets om rekening mee te houden: een stem is een natuurproduct. Een stem klinkt niet de hele dag door precies hetzelfde. Het is beter om na een maaltijd minstens een uur te wachten met het doen van een stemopname. Dat moet dus ook ingecalculeerd worden. Of die maaltijd uitstellen en eerst de opname klaar hebben.

En wat is er nog meer te doen diezelfde dag? Doe je de opdracht voor mindfullness eerst en daarna de hardsell-opdracht? Of toch beter andersom?


transportabel

Altijd paraat om naar een studio op een andere locatie te gaan. Met fiets, bus, trein of auto. Overdag, maar ook ’s avonds. En als het echt niet anders kan… ook ’s nachts.


tot uw dienst

Alles klaar en aangeleverd? Blijf beschikbaar en paraat voor reacties en eventuele aanpassingen. Het is pas echt klaar als de opdrachtgever heeft aangegeven dat het goedgekeurd is, dat alles is afgerond en dat het project gesloten kan worden.

Maar dan nog kan er een paar dagen, paar weken of paar maanden later alsnog een aanpassing komen. En het is belangrijk om ook dan beschikbaar te zijn. Daarom is het zo fijn een studio aan huis te hebben. En als ik langer dan 24 uur van huis ga, neem ik altijd mijn portable opname-set mee. Zodat ik in geval van spoed/nood snel een aanvullende opname kan doen. “Spoed/nood bij een stemopname?” hoor ik je vragen. Ja, dat zal niet de eerste keer zijn. Denk dan aan bijvoorbeeld: “De commercial moet morgen aangeleverd worden bij de zenders maar we ontdekken net dat er een verkeerde prijs in wordt genoemd.” Of: “De hoofdgast is vervangen door een ander, dus de aankondiging moet opnieuw.”


talent

Het is niet zo gebruikelijk om over je eigen talenten te spreken. Dat wordt al snel gezien als opscheppen. Dat is jammer. En niet terecht. Ik beschouw het eigenlijk als een soort plicht, of in elk geval een doel in het leven, om je eigen talenten te ontdekken. En daar vervolgens gebruik van te maken. Iets te doen met waar je in aanleg goed in bent. Wat heeft de wereld aan jou als je blijft ploeteren op iets waarvoor je geen talent hebt?

Bij mijzelf heb ik heel lang gedacht dat mijn talent op het gebied van muziek lag. Na allerlei instrumenten bespeeld te hebben, kwam ik uiteindelijk uit bij componeren en heb daar een opleiding voor gevolgd op het conservatorium.

Maar toen ik daarna aan het werk was als componist ontdekte ik min of meer spelenderwijs dat voice-overen me beter en makkelijker afging. Ik zag het zelf aanvankelijk niet als een talent. Maar gaandeweg ben ik dat toch wel steeds meer zo gaan beschouwen. Ik bedoel daarmee niet dat ik een groter talent ben dan anderen die hetzelfde werk doen. Ik bedoel vooral dat ik voor dit vak een groter talent heb dan voor veel andere vakken. En ik ben nuchter en realistisch genoeg om te weten dat alleen talent niet voldoende is. Werken, doen, oefenen, studeren, leren, beter worden, oefenen, doen, werken, lezen, erover praten. Ermee bezig zijn. Maar ook dát vereist een talent.

En als je even hard werkt, doet en oefent als je concurrenten… dan kun je met aangeboren talent het verschil maken. Daarom is het zo belangrijk te weten welke talenten je hebt. En kunt ontwikkelen.

meer van dit soort info lees je in het vo-alfabet

copyright: willem van den top • 2005